Assendelfter raskenmerken

De Assendelfter is één van de kleinste van onze grote Nederlandse hoenderrassen. Het ras heeft een landhoen type en komt qua vorm vrij sterk overeen met het Friese Hoen. Het heeft een vrij brede borst die iets minder hoog wordt gedragen dan bij de Fries. Het belangrijkste onderscheid tussen beide rassen is de kamvorm, de Assendelfter heeft een rozenkam het Friese Hoen een enkele kam. De rozenkam van de Assendelfters was in het verleden niet aan een exact omschreven vorm gebonden. Momenteel streeft de Assendelfter en Noord-Hollandse Blauwen Club naar de volgende kamvorm: Rozenkam, kamoppervlak rijk voorzien van grove en onregelmatige puntjes. Bij voorkeur kort tot middellang en breed met een zijdelings afgeplatte of ronde kamdoorn, die enigszins de neklijn volgt.
De oren zijn wit maar iets rood is toege­staan.
De oogkleur is oranjerood. De beenkleur is leiblauw.

De grote Assendelfters zijn erkend in twee kleurslagen namelijk de goudpel en de zilverpel.

assendelfter_peltekening1
ZG pelling te weinig pellen en pel raakt veerrand

 

 assendelfter_peltekening2 assendelfter_peltekening3
te rijk gepeld hoefijzertekening gestreept en samengesteld

De pelvorm komt in grote lijnen overeen met die van het Friese Hoen dat wil zeggen aan weerszijden van de veerschacht paarsgewijs liggende langwerpige pelvlekjes in de vorm van tarwekorrels, die niet aan elkaar vastzitten en loszitten van de rand van de veer. Door de speciaalclub werd een pel in de vorm van een gerstekorrel voorgestaan. Omdat het verschil echter in heel gering is de club hier vanaf gestapt.

assendelfter_peltekening4 assendelfter_peltekening5
Links:
binnenvaan gr. slagpennen moet zwarter.
Rechts:
ZG tekening gr. slagpennen.

Ik wil even de aandacht vestigen op de slagpentekening van de Assendelfters. Hierbij is door de speciaalclub voorgesteld deze aan te passen aan de werkelijke tekening, zoals men deze bij de goede dieren tegenkomt. De grote slagpennen bij de goudpel hanen hebben een goudbruine buitenvaan met enige zwarte tekening naar het eind van de veer, de binnenvaan is goudbruin, krachtig doormengt met zwart. De kleine slagpennen hebben een goudbruine buitenvaan. De binnenvaan is goudbruin krachtig doormengt met zwart.

assendelfter_peltekening6 assendelfter_peltekening7
Linker vleugel F- tekening Rechter vleugel G- tekening

Bij de goudpel hennen is de buitenvaan van de grote slagpennen goudgeel met enige zwarte tekening en de binnenvaan goudgeel krachtig doormengt met zwart, vervagend naar de rand van de veer. Bij de kleine slagpennen is de buitenvaan goudgeel met grove zwarte peltekening en de binnenvaan goudgeel met grove onregelmatige peltekening, die overgaat in min of meer overlangse strepen.

Waar moet de fokker op letten wanneer zij of hij met de Assendelfter begint?
Wat het type betreft zijn er diverse dieren met een fraai type beschikbaar. Daarnaast moet men letten op een te hoge staartdracht waardoor de overgang rug staart erg hoekig wordt. Dit valt vooral bij de hanen op. Een punt dat de aandacht vraagt is het verschil in grootte tussen de diverse dieren. De invloed van vrij recente kruisingen met het Friese hoen zijn duidelijk merkbaar.

assendelfter_haan_kam1 assendelfter_haan_kam2 assendelfter_haan_kam3
Kamdoorn wat kort Fraaie kam O-kam Dubbele kamdoorn

Ook de kamvorm blijft de aandacht vragen. Naast dieren met de gewenste kamvorm zijn er dieren die op dit punt alle sierlijkheid missen. Gelukkig beschikken de meeste dieren over een kam die aan de mogelijkheden, weergegeven in de standaard, voldoet.
De oogkleur moet oranjerood zijn. Veel dieren hebben een kleur, die varieert tussen oranje en oranjegeel. De wijze van huisvesting en de beschikking over een vrije uitloop bepalen vaak de intensiteit van de oogkleur. Dieren die elke dag buiten lopen, liefst op een grasmat, zullen veel eerder de gewenste oogkleur hebben dan dieren die binnen zitten.
De oorkleur levert bij vrijwel geen enkel dier problemen op, deze is meestal wit zonder enig rood terwijl dit wel is toegestaan.
Leiblauw is de standaardkleur van de benen, maar men treft nogal eens dieren aan waarbij sprake is van heel licht blauw.

Bij de zilverpellen komen nogal wat dieren voor die niet zilverwit zijn maar een gele aanslag, met name in de hals, vertonen. Daarnaast vraagt de pelkleur de aandacht. Al is de pelvorm goed, de kleur dient wel intensief zwart te zijn en niet verwaterd. Ook de pelvorm is bij veel dieren van deze kleurslag niet optimaal.
De goudpellen hebben hun oorspronkelijke naam terug. Bij de goede dieren is de kleur echt goudgeel en niet geel. Problemen, die zich voordoen, zijn een niet egale kleur op de borst van de hanen, lichte nerven, een te rode kleur en bij sommige dieren zelfs een roodgoud kleur. Ook bij de goudpellen treft men vrijveel dieren aan met een pelling, die intensiever zwart kan zijn terwijl hoefijzertekening op de borst, zeker bij jonge dieren geen pluspunt is. Dit geldt ook voor de samengestelde pelling op rug en vleugels, die nogal eens voorkomt.

Momenteel zijn er dieren, die op heel veel punten aan de standaardeisen voldoen. Het aantal is echter beperkt evenals het aantal fokkers van dit ras. Vooral de zilverpel vraagt om extra aandacht aangezien het aantal fokkers heel beperkt is. Degenen die vertegenwoordigers van een oud ras dat steeds weer op de rand van het bestaan verkeert in hun hok willen hebben kunnen contact opnemen Club; F.J.E. Calf, tel. O72-5333612.

Ad Boks, 10 november 2004.
In februari 2008 aangevuld met foto’s van Klaas van der Hoek en Bas Vingerhoed.